Author: beheerder

Lezing in De Groene Waterman – Ludo De Witte over de desastreuze klimaatverandering – 13 januari 2018 – bedenkingen bij het boeiende en loofwaardige debat

Ik bevind me op deze lezing tussen hele lieve en welingelichte mensen die het goed voorhebben met de natuur en de menselijkheid.

Maar ik kan nooit geloven dat de draak, het evil, das böse dat ons nu regeert ooit op de knieën gebracht zal worden door weldenkende en affluente burgers die boven op een berg privileges zitten. Ze zitten op de ringelingschat van de draak met die hete adem in hun nek, het knagende schuldgevoel, maar voor de rest zit je daar comfortabel. Ik kan ervan meespreken.

Zoals de zaken evolueren geloof ik evenmin dat de vakbonden uiteindelijk de strijd kunnen winnen. Hun strijd is tragisch genoeg de laatste grote strijd van de democratie tegen planetaire onderdrukking. Het is de heroïsche strijd van nobele mannen en vrouwen die langzaam maar zeker oud en moe worden. Betoging na vergadering na betoging wordt hun macht en prestige verder geërodeerd. Zelfs in Frankrijk zakken de vakbonden langzaam door de knieën. De strijd is als een middeleeuwse belegering waarbij de politici in opdracht van de financiële edelen, de monetaire graven en de dollarbaronnen de vesting van socialistische verworvenheden belegeren en hun stormrammen zijn de media. Ze nemen rustig de tijd en plunderen ondertussen het omliggende land. De eerste bressen zijn al geslagen: het volk mort en gromt als de zoveelste ‘wilde spoorwegstaking’ in het nieuws komt.

Een coalitie van Groen en spA ?…

Ik denk dat de Europese ‘kiezer’, om hem zo maar eens te noemen, een radikaal nieuw politiek wapen moet smeden als hij in alle ernst de strijd wil aangaan. Laten we ophouden onszelf wijs te maken dat al die stemmen die om de vier jaar gewichtsloos en geruisloos als dode bladeren in de stembus dwarrelen ooit dit verdorven systeem gaan nekken. Weg met die ballast uit het verleden. Een drastische hergroepering van de krachten is vereist. De grootste hindernis, het meest dringende obstakel op weg naar de zege is de eeuwige strijd tussen links en rechts. Links en rechts moeten samen gaan. Klinkt wellicht hallucinerend, grotesk voor velen maar het is tijd dat we politiek herboren worden. Die verkalkte toestand van links tegen rechts is de gemeenschap al duur te staan gekomen en moet nu maar eens eindelijk naar de schroothoop. Pas dan kan er een volksfront gecreëerd worden dat als een tsunami het financieel-industrieel-militair establishment kan overspoelen en vernietigen.

Divide et impera. De elite lacht zich al honderd jaar een bult als ze ons zo horen bekvechten over vreemdelingen en homo’s en Stalin en Hitler. Het is de hoogste tijd om komaf te maken met die oudbollige, verlammende dead-lock. D’er zit aan de rechterkant een enorm potentieel van revolutionaire, democratische (vinden zijzelf toch)… krachten te wachten om zichzelf in dienst te stellen van een grote oorlog voor de redding van onze natuur en onze menselijkheid. We moeten dringend doen wat de Russische en Amerikaanse soldaten deden toen ze mekaar in Berlijn voor het eerst tegenkwamen. Niet zo moeilijk toch? Handenschudden, sigaret rollen, vragen hoe het verder zal gaan. Je zal zien, het zijn ook mensen.

Wat is politiek? Of wat zou het moeten zijn? Wat politiek niet moet zijn: denken aan ons eigen voordeel – plannen maken voor onszelf; politiek moet wel zijn: voor ogen houden het geluk van de komende generaties. Politek is het nodige ondernemen om maatschappij en natuur die wij geerfd hebben van onze ouders intact aan onze kinderen door te geven. Hoe gaan we anders later die kinderen in de ogen kijken? Is het niet beter zelf te lijden door het geweld en de ontbering in plaats van de komende apocalyps (want dat is het aan het worden) met wat hypocriet gewauwel door te schuiven naar de onschuldigen die na ons komen? Dat is het morele compas van de politiek. Je zal zien: eens dat je dat compas volgt, ben je niet langer de prooi van twijfel, onzekerheid of politiek nihilisme.

Laten we langs linkerkant daarom eindelijk ophouden met dat gemekker over vluchtelingen en ‘extreem-rechts’ en ons focussen op de hoofdzaak. Er is maar één doel waarop we al onze krachten, al onze haat, al onze liefde en al onze moed moeten richten en dat is de vernietiging, de destructie van de klasse van de superrijken en hun politieke lakeien.

Een tweede radikale stap die we moeten zetten is niet langer bang te zijn van geweld. Geweldloos maak je geen revolutie, nooit. Gandhi schreef: “als mijn land aangevallen wordt en het moet als laatste redmiddel verdedigd worden in dat geval verkies ik de wapens op te nemen in plaats van geweldloosheid te prediken. Dat laatste zou in dat geval neerkomen op lafheid.” We leven in een spiegelpaleis van materialisme en individualisme. Samenhorigheid maakt mensen sterk, individualisme maakt mensen laf. We zijn allemaal bang om pijn te lijden: we schaffen het leger af, we paaien het oprukkende islamisme, we keren ons liever tegen het Vlaams Belang dan tegen een bende Marokkaanse amokmakers om maar niet te moeten vechten. We moeten ons schamen.

 

‘… Maar gelooft u nu echt dat God bestaat, mijnheer Lorenz?’

Mijn broer boog zich naar haar toe met een glimlach en antwoordde kalm: ‘Ik geloof in God’. Ik wist wat zou komen.

‘Maar God bestaat niet… Komaan, we leven tenslotte in de eenentwintigste eeuw.’

‘’Ik geloof’ betekent niet overtuigd zijn van het bestaan, maar wel ‘vertrouwen in’, ‘zich schenken aan’.’

Hetzelfde had hij ook tegen mij gezegd toen we avonden vulden met discussies over God en zulke dingen. Weer maakte hij de vergelijking met de vader en de zoon die zich op een examen voorbereidt, ‘…bijvoorbeeld een examen wiskunde en de vader weet heel goed dat de zoon geen kei is in wiskunde, maar hij zal zeggen tegen de zoon: ‘ik geloof in jou’ en tegen de moeder zal hij zeggen: ‘ik geloof in hem, ik weet dat hij zal slagen. Zo moeten we ook geloven in God.’

‘… Dat zijn allemaal de verkeerde vragen gesteld door halve mensen, mensen die maar één helft van hun hersenen gebruiken, snap je?’

‘Nee’, antwoordde Joanna vastberaden. En Lorenz ging even vastberaden verder: ‘halve mensen zijn mensen die alleen rationeel en nooit spiritueel denken. Omdat ze dat zo in onze westerse scholen geleerd hebben; omdat onze kinderen op school gedrild worden om alles wat niet rationeel is te beschouwen als fout, als ballast, bijgeloof, nutteloze fantasie zoals godsdienst, primitieve culturen, mystiek, de geestenwereld, traditionele rituelen, zelfs moraal. Alleen meten is weten, full stop. En zodoende zijn uit die geamputeerde kinderen de westerse halfmensen gegroeid. Halfmensen zijn zeer nuttig voor de economie. Het zijn zeer efficiënte en voorspelbare wezens. Maar het is niet voor niets dat onze hersenen het vermogen hebben tot spiritualiteit. Dat beginnen we stilaan in te zien, want onze wereld, onze rationele, moderne maatschappij is totaal stuurloos geworden, is het niet? Blijkbaar zijn we bezig onszelf te vernietigen.’

Brief van Lorenz uit Wamba: “Ik hou helemaal niet van die delegaties van de Europese Unie. Heel typisch vind ik die wereldkaart die in elke delegatie hing waar ik ooit kwam en die ze verdorie nog altijd ophangen, ook hier in Wamba. De landen op die kaart zijn in twee kleuren verdeeld: de rode en de blauwe. De rijke landen zijn de blauwe: Europa en de USA. De rode zijn de arme landen: al de rest. Het geheel is nog opgesmukt met een paar statistische parameters, bijvoorbeeld hoe veel kans je maakt om ouder dan veertig te worden of hoe veel kans je kinderen maken om te leren schrijven en lezen.

Zodat ieder die daar binnenkomt direct kan zien hoe de zaken gesteld zijn. Voor de functionarissen die er elke dag passeren is het ongetwijfeld een hele opsteker te weten dat zij bij de gelukkigen behoren. De lokale mensen, de zogenaamde ‘staf’ die kunnen het in hun zak steken. Daar hangt het duidelijk tegen de muur in felle kleuren: zij zijn statistisch significant gedoemd om minderwaardig te zijn, minderwaardig, let wel, in de ogen van degenen die dat soort imbeciele kaarten nog altijd maken.

En wees er verdomd zeker van, op die kaarten verandert niets. Zelfs niet na nog eens dertig jaar ontwikkelingshulp: rood blijft rood en blauw blijft blauw. Jij zult dat stom vinden, maar toen er niemand was, heb ik die kaart vervangen door een poster van Bob Marley, gekocht op de markt. Vraag maar aan Jean-Pierre als we terug zijn.”

 

De reactie van Eva en Smarre was: ‘dat hij dan maar woord houdt dit keer en voorgoed stopt met die consultaties. Zolang hij zelf meedoet, heeft hij geen recht om te protesteren’.

“De meest akelige website die ik ooit tegenkwam, is die van ‘Het Centrum voor Gelijke Kansen’. De eerste keer dat ik me zorgen begon te maken was toen dit centrum een Aramese priester uit Charleroi voor de rechtbank daagde wegens ‘het aanzetten tot rassenhaat’ omdat hij het waagde openlijk te waarschuwen voor het groeiende gevaar van de islam in Europa. Hij haalde citaten uit de Koran aan die aantonen dat dit heilige boek aanzet tot extreem geweld tegen zogenaamde ‘ongelovigen’. Ze wilden hem muilkorven, maar hij liet zich niet muilkorven en werd door de rechtbank vrijgesproken. Hij staat bekend als Père Samuel. Het Centrum voor Gelijke Kansen doet denken aan de inquisitie. Luguber gemanipuleer van de sociale moraal met de bedoeling mensen angst aan te jagen. Ze herdefiniëren onder andere de term racisme. Voor zover ik weet is racisme de opvatting dat rassen moreel minder- of meerderwaardig zouden zijn ten opzichte van elkaar zodat je verschillende morele maatstaven mag gebruiken naargelang van het ras. Maar die van dat centrum hebben over racisme een omschrijving van drie bladzijden gemaakt die in zulke mate is opgesteld dat je het waarlijk benauwd krijgt, als je het leest. Het enige dat nog mag, is multiculturaliteit ontvangen zonder kritiek, zonder enige bezorgdheid over de consequenties die dat voor je eigen gemeenschap misschien zou kunnen hebben, ja, als je dat doet, dan ben je geen racist, dan ben je een gebrainwashte volgzame idioot.

Ik vraag me af wie er daar achter de schermen van dat centrum werkt.

Wie racisme wil zien, moet kijken naar de daden van de imperialistische en koloniale kapitalisten van de voorbije eeuwen, om over de slavenhandel maar te zwijgen. Er is bij ons ook nu nog dat halfzachte, maar taaie racisme tegenover de ‘zwarte’. Het racisme van de nonkel uit Congo. Het is dom. Geleidelijk aan groeit het er wel uit.”

Tijdens de jaren waarin de dagboeken werden geschreven, klonken talloze waarschuwingen uit verschillende hoeken betreffende het radicaliseren van voornamelijk jonge maghrebijnen door imans in de straten van de hoofdstad. Journalisten gingen undercover en publiceerden krantenartikels; verontruste Marokkaanse Belgen waarschuwden politie en gerecht; politiemensen acteerden onrustwekkende feiten maar telkens en telkens opnieuw werd er op die signalen vanuit politieke hoek op zeer repressieve manier gereageerd. Zowel de burgemeester van Brussel als de minister van Binnenlandse Zaken vonden dat er geen vuiltje aan de lucht was. Degenen die aan de alarmbel trokken waren racisten, fascisten, enz… Alles ging de doofpot in.

Jaren later vind er een aanslag plaats in de luchthaven van Zaventem met als resultaat een menselijke tragedie. Het blijkt plots dat Brussel en zijn randgemeenten uitpuilen van de jihadterroristen. Er wordt een commissie opgericht om na te gaan wat er fout was gelopen, wie in gebreke was gebleven. De voorzitter van die commissie was de toenmalige minister van Binnelandse Zaken…

Belgische politiek op zijn best!

“Het is mijn derde week als politie-inspecteur, alles is nieuw en ingewikkeld. Ik zit niet graag achter het stuur, maar Aischa moet blijkbaar haar rijbewijs nog laten valideren voor ze met een patrouillewagen mag rijden. Ik ben te verstrooid en het begint me al snel te vervelen. De jonge snaken zijn er dol op met een patrouillewagen door de stad te cruisen. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee.
‘Is het geen tijd voor een broodje?’ vraagt Aischa. Ik parkeer op haar aanwijzingen de auto op een rustig pleintje achter het justitiepaleis.
Aischa ziet het wel zitten met mij patrouille te doen. Liever dan met die jonge haantjes, beweert ze. Met mijn vijfendertig jaar ben ik al wat ouder dan de meeste nieuwelingen en dat waardeert ze erg. Ineens begint ze over de maatschappij. Ze heeft het over de Marokkaanse jeugd in Brussel, Anderlecht, Molenbeek. Ze windt zich echt op. ‘Je kan niet geloven wat daar gebeurt. Jullie weten van niets, wij wel. Ze worden allemaal gebrainwasht die jongeren, door de imams. Ik kan er wel tien opnoemen! Het is allemaal crapuul. Crapuul! Ze moesten ze…En de politiekers doen niets; ze steken hun kop in het zand. Ik ga op het Vlaams Blok stemmen, je te jure, dat zijn de enigen die hun ogen open hebben blijkbaar…et nous sommes des mères et des pères de famille et nous voyons que la société tourne mal et nous ne pouvons rien faire.”
Een hele woordenstroom van opgekropte verontwaardiging die plots uit haar stroomt. “Mon fils a six ans et j’ai peur pour lui…”

CULTUUR: Hoe onartistiek het ook mag lijken voor vele ‘cultuurliefhebbers’, het fundament van onze menselijke cultuur is de absolute vereiste om de primordiale agressie die heerst tussen individuen te blokkeren of om te buigen zodat de paring, het zorgen voor nakomelingschap en de vorming van sociale groepen een kans krijgen (d.w.z. activiteiten waarbij individuen mekaars nabijheid moeten verdragen).

Wat is dan de definitie van cultuur? Cultuur is een verzameling normen en waarden die leden van een bepaalde gemeenschap toelaten zo efficiënt mogelijk samen te leven en te werken. Met normen en waarden bedoelen we al de regels, afspraken, rites, dogma’s, taboes en vooral rituelen die elk lid van onze gemeenschap moet leren gehoorzamen om zo vreedzaam mogelijk in die gemeenschap te functioneren. Denk aan de moeite die ouders zich getroosten om hun peuters“goede manieren” te leren.

De meeste rituelen zijn begroetingsrituelen en baltsrituelen, bedoeld voor situaties waarin individuen mekaar op vreedzame wijze dicht moeten naderen.

Groeten, lachen, een maaltijd delen, preutsheid, de hoofdknik, het handen schudden, het heupwiegen, het knielen, het decolleté, het maquilleren van wimpers zijn voorbeelden van door het instinct gecreëerde en door de cultuur gemodelleerde agressieremmende handelingen. Het wijfje, de communicator bij uitstek, speelt hierin meestal de hoofdrol.

Fundamenteel gezien bestaat agressieremmend gedrag hierin dat er tijdens het naderbij komen naar de ander toe signalen van onderdanigheid en van pacificatie worden uitgezonden. Deze signalen nemen bij de andere de angst weg en brengen in vele gevallen (en dikwijls onbewust) een aangenaam gevoel van overwinning teweeg.

Bij de hogere sociale dieren zijn vele agressieremmende mechanismen van een zulkdanige cerebrale verfijning dat men een fundamenteel verschil maakt tussen de instinctieve ‘dierlijke’ rituelen en de menselijke, culturele rituelen. Puur instinctief gedrag gaat hier over in zelfbewuste cultuur. Voor meer inzichten kan men het baanbrekend werk van Konrad Lorenz raadplegen (bv. ‘Agressie bij mens en dier’)

MULTICULTURALITEIT: Dit inzicht laat ons toe de absurditeit van een multiculturele maatschappij te onderkennen. Het essentiële punt van cultuur is net dat ze uniformiteit in regels, afspraken, geboden, enzoverder schept zodat de voorwaarden voor agressie tussen leden van een gemeenschap tot een minimum beperkt blijven.

Het enige resultaat van een multiculturele maatschappij is een onfortuinlijke verhoging van de agressie, net zoals het handhaven van twee verschillende verkeersreglementen in dezelfde straat even onvermijdelijk zal leiden tot verhoogde agressie.

De man in de straat heeft dus overschot van gelijk als hij vertwijfeld uitroept: “Ze zijn welkom maar ze moeten zich wel integreren”. Met integreren bedoelt hij hier duidelijk: zich aanpassen aan onze cultuur.

Vele mensen verwarren blijkbaar multiculturaliteit met multi-etniciteit. Multi-etniciteit is een welkome verrijking van de gemeenschap.