U6 (blz. 219) Leopopld II

Je suis le souverain d’un petit pays et de petits gens…’

Lezend in de geschriften van Leopold II wordt men zich bewust van de diepte en omvang van het liberaal gedachtegoed. De bovenlaag van de maatschappij was gedrenkt, gepekeld in kapitalistisme. En de hele moraal, de ethiek ontwikkelde zich daaruit. De westerse mens moet streven naar economische groei, materiële rijkdom en technologische vooruitgang. De eerste doelstelling steunt volledig op onderlinge competitie. Bedrijven moeten competitief zijn. En dus zoeken ze steeds goedkopere arbeidskrachten en grondstoffen en bemachtigen ze steeds meer afzetgebieden. En dus was er een onstilbare honger naar land, alle onbezette stukken van de planeet werden, in een ware wedloop tussen de in afzonderlijke naties verenigde kapitalisten, gekoloniseerd. De geestelijkheid, ongelooflijk genoeg, volgde de kapitalist daarin. Om de kolonisatie goed te praten gebruikte men dezelfde drogredenen als tijdens de driehonderd jaar durende slavenhandel: de Afrikanen hadden geen nauwkeurig beeld van God en kenden noch de zoon van God, geboren uit de Onbevlekte Ontvangenis, noch alle andere heiligen maar aanbaden daarentegen allerlei onbelangrijke dingen zoals bomen, bergen, beekjes en dieren. Maar eens dat alle Afrikanen bekeerd waren, pakte dat argument niet meer.

Toen kwamen de wetenschappers met hun racistische leer op de proppen. Op basis van schedelmetingen en dergelijke bleek dat het negroïde ras minderwaardig was.

Er was ook het begrip ‘beschaving’. Beschaving was de geijkte waardeschaal om volkeren en rassen te beoordelen en werd gemeten aan de hand van materiële welvaart.

De negentiende eeuw heeft daadwerkelijk de basis gelegd van onze moderne maatschappij. Niet de door het liberalisme steeds naar voren geschoven Verlichting. Niet de ‘oude Grieken’. Ik denk dat Rousseau of Aristoteles hier rare ogen getrokken zouden hebben.

Overal hebben we de geschrokken, verbouwereerde ‘wilden’ opgejaagd. Hen vanachter onze façades toegesproken met donderpreken en wetenschappelijk jargon. En zie, nu, honderd jaar later, ‘ontwikkeld’ en doodarm, keren ze zich als één grote massa tegen ons en landen, dwars door die façade heen, in onze wereld. En wat vinden ze, al die uitgehongerde, woedende illegalen?… De ‘westerse beschaving’ at first hand. In vlees en bloed.

Wie zijn de mensen die hen ooit hebben samengedreven in kampen, fabrieken en plantages, en hen tot minderwaardigen, tot slaven, tot achterlijken, ongelukkigen hebben gestigmatiseerd?…Het zijn wij, de beschaamde erfgenamen van een desastreuze, valse beschaving. Een ontgoocheling die pijn doet, staat op hun gezicht te lezen, een ontgoocheling die snel plaatsmaakt voor minachting. Dan wordt kordaat het gevecht aangevat: de allochtone magere slaven tegen de autochtone vette slaven.

Ja, waarlijk, de negentiende eeuw was het tijdperk van de triomfantelijke westerse beschaving. Leopold II was een van de grote mannen van die tijd. Liberaal tot in het merg, maar waren dat niet alle koningshuizen? Racistisch? Niet meer dan de gemiddelde bourgeois in zijn stad. Hoe meer ‘ontwikkeld’ men was, hoe racistischer. Want wie gelooft in ontwikkeling, gelooft logischerwijze ook in achterlijkheid.

Onthutsende, nee, choquerende voorbeelden hiervan vindt men bij de ‘moderne wetenschappers’ van de late negentiende eeuw, de antropologen, sociologen, psychologen en de rest. Ik vind die boeken bij de vleet op de vlooienmarkt voor een euro het stuk. Er staat een overvloed aan afbeeldingen in van Eskimo’s, Hottentotten, Bantoes, Australiërs en Indianen met verklarende teksten die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. In het Frans, het Duits en het Engels.

Uit de zeer geleerde artikels in het wetenschappelijke tijdschrift van de Société d’anthropologie de Bruxelles van professor Eduard Dupont, Houzé, Jacques et al. verneemt men weinig verheffende zaken, en dit op basis van wetenschappelijke metingen van schedels en andere imbeciele methodes, over de evolutionaire status van ‘kaffers, negers, roodhuiden en Eskimo’s. En zelfs Vlamingen! De geleerde heer Houzé namelijk maakte in voornoemd tijdschrift in 1884 melding van zijn ontdekking dat het Vlaamse gepeupel ‘in feite quartaire mensen zijn, ontheemd te midden van onze moderne maatschappij. Het zijn een soort intellectuele fossielen die gedoemd zijn om uit te sterven.’ Einde citaat.

Over de neger was de Europese wetenschappelijke wereld het alleszins roerend eens: ‘Zij vormden een schakel tussen de orang-oetang en de superieure blanke mens.’

Zeker en vast was Leopold een racist, maar het is een beetje hypocriet om hem daarbij als monsterachtig unicum op te voeren. De hele intellectuele en de hele bezittende klasse van België, Duitsland, Nederland, Engeland, Oostenrijk, Spanje en Frankrijk was gedrenkt in de wetenschappelijke overtuiging dat andere rassen minderwaardig waren. Inferieur. Met beestachtige trekken. Beklagenswaardig in feite en gedoemd om uit te sterven…

Dit uittreksel is geplaatst als reactie op http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/01/29/tijd-om-ons-collectief-geheugen-te-dekoloniseren#

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *