OPEN BRIEF aan De Wereld Morgen, verzonden op 5 April 2018

Beste redactieleden van de Wereld Morgen,

 

Gelieve in deze brief aan te treffen een link naar de recensie van mijn boek door Walter Lotens, u welbekend.

Ik stuurde u op 8 januari van dit jaar een exemplaar het boek.

Ik heb een tijdje geleden vernomen dat de recensie geweigerd werd omdat mijn boek racistische passages zou bevatten. Dit komt voor mij aan als een grote ontgoocheling. Ik heb in mijn hele leven, waarvan achttien jaar in Afrika, twee jaar in Centraal-Amerika en drie jaar in Centraal-Azië, nooit een racistische overtuiging gehad, zelfs niet gedurende één dag. Ik vind racisme in de eerste plaats dom. De overtuiging dat het ene ras meerderwaardig is dan een andere getuigt van intellectuele achterlijkheid.

Het zou kunnen dat u met de term racisme in feite bedoelt: intolerantie tegenover de huidige immigratiepolitiek, maar ik neem aan van niet want dat zijn toch duidelijk twee verschillende dingen.

Ofwel is uw afwijzing het gevolg van een bepaald woordgebruik in mijn boek: hier en daar schrijf ik ‘zwarte’ of ‘neger’ of ‘Marokkaan’ in plaats van ‘Afrikaan’ of ‘Belg van Marokkaanse afkomst’. Wel, in de eerste plaats wilde ik me uitdrukken zoals in dat multiculturele milieu iedereen zich uitdrukt. Ik gebruik net dezelfde woorden als iedereen in de wijk niet alleen de politie, ook de allochtone buurtbewoners. Les ‘blacks’ of ‘Maroccain’ is daar geen scheldwoord. Bij mij is er trouwens nooit een connotatie geweest met ‘minderwaardig’. Dit in tegenstelling met zoveel mensen die heimelijk of openlijk wel die connotatie maken en daarom die woorden vermijden. Dat is de hypocrisie die ik wil ontmaskeren. Ik ga niet mee in het verhaal van het correcte taalgebruik en ik bedoel ‘correcte‘ en ondertussen maar olielanden plat bombarderen, Afrika rustig verder plunderen, Rusland economisch en diplomatisch kapot maken en zo verder. Het is tegen die dubbelheid dat ik protesteer. De bedoeling van dat woordgebruik is de façade wegrukken en mensen wakker schudden. We zijn niet goedbezig ondanks al dat wollige, verdoezelende correcte taalgebruik in de media.

‘Politiek correct zijn’, is in mijn ogen niet de bescherming van de eigen gemeenschap op te geven in naam van ambigue frases uit ‘De Rechten van de Mens’ en holle slogans roepen zoals ‘de wereld is een dorp’. Politiek correct zou zijn: de NATO bombardementen stoppen en de neoliberale vernietiging van de democratie en de menselijkheid in onze landen te verijdelen. Dat vereist de mobilisatie van de bevolking – niets minder dan dat, maar dat eeuwige gebikkel tussen ‘links’ en ‘rechts’ maakt elke poging om een machtig front te vormen bij voorbaat gedoemd om te mislukken.

In feite staan we aan dezelfde kant, de kant van het anti-kapitalisme. Ik ben links, ik stem al jaren op de PVDA maar ik vind het verspilling van ammunitie om altijd maar over het neo-liberale bastion heen op de andere kant, op ‘extreem-rechts’ te schieten, wat dat ook moge zijn. Ik wil op die kapitalisten schieten. Zijzijn de bedreiging voor onze kinderen. Ik denk dat we hoognodig eens allemaal uit onze politieke loopgrachten moeten kruipen en eens goed naar mekaar moeten luisteren. Heel dat gedoe van ‘links’ tegen ‘rechts’ werkt al jarenlang verlammend op de spontane, democratische beweging. Het ergste is dat dit in de kaart speelt van de neo-liberalen. Er isverdorie een probleem met die ongecontroleerde immigratie in België – ik heb er acht jaar met mijn neus opgezeten in Brussel. Ik wil dat dit probleem eindelijk besproken wordt, niet enkel door zogenaamd ‘extreem rechtse’ mensen maar ook door linkse zoals u en ik. We dragen hier een grote verantwoordelijkheid tegenover onze gemeenschap, in de eerste plaats de volgende generatie. Onze westerse kapitalisten hebben die immigratie op gang gebracht om goedkope werkkrachten te creëren. En dit zonder ook maar enige consideratie voor de immigranten en voor onze eigen bevolking, met name de sociaal zwakkeren. Als men daar bezwaar tegen maakt, wil dat dan zeggen dat men racistisch is?

Ik stel u daarom in alle bescheidenheid voor dat u mijn boek in die optiek herbekijkt. Misschien zal u het artikel van Walter Lotens dan alsnog publiceren, eventueel met commentaar van uw redactie. Een andere mogelijkheid is een interview waarin die dingen worden besproken, zonder dat u daarvoor mijn mening hoeft te delen. Is dat tenslotte niet de bedoeling van journalistiek?

Ik hoop met deze brief te bekomen dat u mijn eerlijk en sociaal bewogen feitenrelaas een tweede kans geeft.

Beste dank,

Bert Gorissen

 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *